Bock in Nederland

Net als Einbecker zou bock succesvol en geëxporteerd worden. In de jaren dertig kwamen al de eerste 'gewone' Beierse bieren naar Nederland (vooral uit Erlangen en Kitzingen), maar bock volgde niet lang daarna.

1843

De Amsterdamse pionier Camphuynder haalde de Münchener specialiteit als eerste naar Nederland.

Algemeen Handelsblad, 11 april 1843

1853

De Groningse brouwer W. Alingh Bulthuis bood met zijn nieuwe bierbrouwerij als eerste in Nederland een eigen bock naar Beiers voorbeeld aan. Zijn bedrijf heette in 1854 De Struisvogel en bood ook toen bock aan. Daarna viel daar niets meer over te vernemen.

Leeuwarder Courant, 11 februari 1853

1868

De Koninklijke Nederlandsche Beijersch-Bierbrouwerij te Amsterdam was de eerste speciaal voor ondergisting gebouwde brouwerij van Nederland. Het bedrijf had met zijn gewone 'Beijersch' in 1867 direct succes.

In maart 1868 bracht de (reeds lang verdwenen) KNBB ook een ‘uitmuntend bockbier’ op de markt. Het was de eerste Nederlandse bock die jaarlijks zou verschijnen.

 

 

1872

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 8 januari 1868

De Amstelbrouwerij kwam in april 1872 eveneens met een bock die ‘menigvuldigen bijval’ oogstte. Amstel Bock is hiermee overigens het oudste nog bestaande Nederlandse bier. Heineken volgde in februari 1874.

Algemeen Handelsblad, 21 april 1872

Winterbier

De Beierse traditie van een meibier namen de Nederlandse bockbrouwers niet over. Wel werd het ook hier een seizoensbier. Vanaf de introductie verscheen de Nederlandse bock in een vroeger voorjaar dan in Beieren en op den duur zelfs in de winter. Elke brouwerij bepaalde zijn eigen tijdstip; er waren bocken aan te treffen van november tot maart. Meestal ging het om een eenmalige release, maar een enkeling kwam twee keer in een winter met een voorraad bock.

Pas in 1928 besloten de brouwers tot een gezamenlijk en vast introductietijdstip: de tweede donderdag van december. Dat ging soms gepaard met feestelijke optochten of bockbieravonden. Uiteraard ontbraken bokken daarbij niet, zoals hier in Amsterdam.

Herfstbier

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten de Nederlandse bierdrinkers zonder bock, door een tekort aan grondstoffen. Pas in december 1948 was hij weer terug.

Eind jaren zestig van de 20e eeuw werd het winterse karakter van de bock losgelaten. De brouwers namen weer meer vrijheid bij het op de markt brengen van hun bock. Het was al in november en op den duur oktober te koop. Zo werd het steeds meer het herfstbier dat we tegenwoordig kennen. De grote brouwers (vroeger verbonden in het Centraal Brouwerij Kantoor, tegenwoordig in Nederlandse Brouwers) kwamen op den duur overeen de bock jaarlijks op 1 oktober los te laten. In de praktijk lopen er tegenwoordig zelfs al voor de herfst officieel begint (21 september) bocken rond in de winkels en cafés.

Karakter en eigenschappen

Bock lijkt op het eerste gezicht een duidelijke, herkenbare biersoort. Voor veel liefhebbers is dat misschien ook wel zo, maar er is eigenlijk weinig over afgesproken of vastgelegd.

In het Warenwetbesluit Gereserveerde Aanduidingen, van kracht sinds 2015, staat maar een voorwaarde: het stamwortgehalte (de in het wort opgeloste suikers) moet hoger dan 15% zijn. (In de bierwereld spreekt men dan overigens liever van graden Plato.)
NB Daar is kennelijk iets in veranderd. Nog niet zo lang geleden was dit 15,5%...

Het is ook maar goed dat de overheid zich verder niet bemoeit met biersoorten. Dat zoeken brouwers en andere bierprofessionals zelf wel uit.

Maar waar moet een bock volgens hen dan aan voldoen? Dit zijn de criteria die de Dutch Beer Challenge in 2018 hanteerde:

'Bovengistend en ondergistend. Amber tot koper/bruin. De geur is moutig, iets roosterig, noten en karamel. De smaak is moutig, karamel, iets roosterig, soms iets fruitig met een medium tot vol mondgevoel. Hopbitterheid van traditionele Europese aromavariëteiten is laag tot medium. Hopsmaak en -geur zijn laag. Geen kruiden, rookmout of diacetyl.'

En als feitelijke richtlijnen: 6 tot 8,5% alcohol, 20 tot 35 EBU (bitterheid) en 30 tot 60 EBC (de kleur).

Bock of bok?

Over het Duitse woord kan geen misverstand bestaan: bock. De Duitse taal kent niet of nauwelijks woorden die eindigen op -ok.

Nederland nam 'bock' in de 19e eeuw natuurlijk over, maar al snel werd hier ook 'bokbier' geschreven (het krantenbericht hiernaast is van 4 juli 1845!). En deze schrijfwijze komt nog steeds voor, ook in de benamingen die brouwerijen eraan geven.

Dat geldt nu als een spelfout. Vroeger stond 'bokbier' ook in de Woordenlijst der Nederlandse Taal, het befaamde 'groene boekje'. Maar tegenwoordig is dat heel duidelijk - zie hieronder.

Het is dus bockbier, geen bokbier. Ook bock staat in het groene boekje.